Recepten
Tip van de chef, brownies
Zacht van binnen met een knapperig korstje.Een brownie is niets anders dan een platgeslagen chocoladetaart. Je schaatst er zo een Elfstedentocht op. Het is nog niet gedaan met Koning Winter. Wellicht slaat hij in februari nog een keer genadeloos toe. Kunnen de schaatsen nogmaals uit het vet. Van de vijftien Elfstedentochten werden er 8 in februari, 1 in december en 6 in januari gereden. Kortom, het ergste moet nog komen. De dooiperiode is gunstig, als het laagje water op het ijs weer dichtvriest kan iedereen z’n lol op met een hagelnieuwe ijsvloer. Veel weet ik niet van schaatsen, ik ben vooral een deskundige wakkenveroorzaker. Maar ik ben wel benieuwd wat al die kromgebogen mannen en vrouwen aan proviand meezeulen. Smakeloze energierepen, boterhammen met koude boerenkool? Wat mij betreft mag een rijke energiebron smaak hebben, juist op het meedogenloze ijs, dat geeft de burger weer moed. Ik denk aan brownies. Daar zit per ons gauw 300 (kilo)calorieën in. Dat is niveau kroket. Kun je een uur lang heel wat slagen mee maken. Op een zak brownies rij je met gemak de Elfstedentocht uit. Nu nog zorgen dat je lékkere brownies in je knapzakje steekt. Wegspoelen met een Berenburg en maar zien of je de meet haalt. Ik geef je alvast een aardig receptje. Een brownie is niet anders dan een platgeslagen chocoladetaart met noten. Amerikanen claimen de uitvinding van de brownie: die schijnt iets meer dan honderd jaar geleden het levenslicht te hebben gezien. Toch knap dat mensen zoiets precies weten. Chocoladegebak en noten, daar moet toch iemand eerder op zijn gekomen? Misschien was het wel een Hollander. Want het was ene Van Houten die in de 19de eeuw het procedé om cacaopoeder te winnen ontwikkelde, iets dat al snel navolging kreeg bij chocolademakers als Verkade en Droste. Toch kan ik de Amerikaanse claim billijken. Om op het idee te komen om uit een pareltje als een gerezen chocoladetaart, een van de glories van de Franse keuken, alle lucht te meppen, moet je weinig culinair benul hebben. Deze geseling voorkwam niet dat de brownie aan een zegetocht over de wereld begon. Het koekje werd steeds beter en is inmiddels zo verfijnd dat zelfs verwende Franse monden het appreciëren. Alain Ducasse, de bekende Franse topchef (een woord dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt, maar in het geval van Ducasse terecht), presenteert in zijn laatste, van harte aanbevolen kookboek 190 recepten ook een recept voor brownies. Uiteraard wordt het gebak met de verwerking van Franse walnoten keihard geannexeerd, zo zijn ze down south ook wel weer. Een geslaagde brownie is zacht van binnen en heeft een knapperig korstje. Noem het koekje het gestolde broertje van een moelleux au chocolat, het dessert waarbij de warme chocolade uit een zompig cakeje loopt. Gebruik een goede kwaliteit chocolade. Het hoeft allemaal geen rib uit je lijf te kosten, maar een beetje fatsoenlijk tablet chocolade doet je brownie geen kwaad. Repen met een hoog percentage cacao smaken heftiger. Kijk op de verpakking of cacaoboter is verwerkt, andere vetten beïnvloeden de smaak negatief. Dus mócht hij nog doorgaan, die Elfstedentocht, laat je brownies dan even zien voor een camera bij een stempelpost. Heb ik ook eens eer van mijn werk. Kleffe brownie Ingredienten 330 g bruine basterdsuiker 65 g cacaopoeder 75 g bloem 7 g bakpoeder 3 eieren 3 soeplepels melk 100 g boter Bereiding Verwarm de oven voor op 140 °C. Smelt de boter au bain-marie. Meng basterdsuiker, cacaopoeder, bloem en bakpoeder. Meng vervolgens eieren, melk en gesmolten boter. Voeg de eiermassa bij de droge massa. Roer goed. Giet het mengsel in een bakvorm. Zet de bakvorm ongeveer 60 minuten in de voorverwarmde oven.
Kom meer te wetenTip van de chef, citroentaart
Een taartbodem van soldatenvoer. Na een bord zware winterkost is een luchtig, vitaminerijk citroentaartje het perfecte nagerecht. We gaan vandaag een citroendingetje maken met bastognekoeken. Dat zullen ze bij de fabrikant van die koeken leuk vinden. Maar geloof me, dit is geen reclamepraatje, ik krijg er geen euri voor. Ik had ook speculaas kunnen gebruiken, maar dat is me net even te gekruid voor dit toetje. Bastognekoeken zijn brosser dan speculaas en bevatten alleen kaneel: dat maakt ze geschikt als kruimelbasis voor het taartje. Het idee is om de koeksmaak te combineren met het frisse van citroen. Het koude weer doet het lijf smachten naar oer-Hollandse kost. Het opwekkende citroentaartje biedt een passende afsluiting van een zwaar wintermaal. Ik vertelde in deze column eerder over het verschil tussen bastogne, speculaas en speculoos. Voor wie het niet las: de Belgische speculoos bevat minder specerijen dan onze speculaas. De bastognekoek lijkt op speculoos. Het verschil is dat aan het deeg kandijsiroop wordt toegevoegd die tijdens het bakken samen met de suiker karameliseert en de karakteristieke smaak veroorzaakt. En als koekje is de bastogne veel brosser. In fabrieksbastognes gaat plantaardig vet. Wil je liever een botersmaak, bak ze dan zelf. Meng 250 gram gezeefd zelfrijzend bakmeel met een snufje zout, rasp van een 1 citroen, 125 gram zachte boter, een flinke snuf kaneelpoeder, 75 milliliter kandijsiroop, 50 gram basterdsuiker, merg van een vanillestokje (of een zakje vanillesuiker) en twee kleine eieren tot een deeg. Dek het deeg af en laat het zeker een uur in de koelkast rijzen. Maak platte koekjes van het deeg, leg ze op bakpapier en bak een minuut of 20 in een oven van 180 graden. Ben je een keer in België, scoor dan in de supermarkt een zak cassonade blonde, een kandijsuiker die op onze basterdsuiker lijkt maar net even meer smaak aan de koekjes geeft. Tijdens het maken van het gerecht vroeg ik me af waar de naam ‘bastogne’ vandaan komt. Ik bezocht ooit op doorreis van noord naar zuid de plaats Bastogne in de Belgische Ardennen. Dat was de tijd dat er geen snelweg van Luik naar Luxemburg liep. Geen bastognekoek te zien, daar. Ik heb de vraag naar de oorsprong van de bastognekoek in de groep gegooid. Ik kan me voorstellen dat de burgers van Bastogne de soldaten tijdens het Ardenner offensief een hart onder de riem wilden steken. Die gasten moesten het met droge biscuit als proviand doen, echt soldatenvoer. Biscuits worden namelijk niet snel oud, beschimmelen niet en je werkt ze snel weg. Altijd handig als tijdens het vuurgevecht de hongerklop opduikt. Elke dag droge biscuit lijkt me niet bevorderlijk voor de moraal. Maar de redding was nabij. Daar kwamen de burgers van Bastogne zingend de heuvels over, gewapend met schalen vers gebakken kruidkoekjes. De mof werd verslagen en het kruidige koekje met de naam ‘bastogne’ geëerd… Zo is het dus niet gegaan. De bastognekoek werd waarschijnlijk bedacht door de Belgische bakker Parein, als variatie op de speculoos. Het smaakverschil zit ’m in de toevoeging van de vanille. Weten we dat ook weer. Citroentaart met een bodem van bastognekoeken. Ingrediënten 4 citroenen, sap en rasp 180 g witte basterdsuiker 3 eieren 5 eidooiers 75 g boter + 75 g boter bodem: 1 pak bastognekoeken 150 g boter Bereiding Verwarm de oven voor op 180°C. Meng citroensap, -rasp, basterdsuiker, eieren, eidooiers en 75 g boter in een kom door elkaar. Breng dit mengsel al kloppend met de garde aan de kook. Laat 3 minuten doorkoken. Zet de mengkom in een bekken met koud water en koel de massa al kloppend terug. Voeg 75 g boter toe. Stamp de bastognekoeken tot kruim. Smelt 150 g boter en roer die door de fijngemaakte bastognekoeken. Doe het kruim in een bakvorm en druk aan tot een koekbodem. Zet de bodem 10 minuten in de oven. Haal de bakvorm als de bodem gaar is uit de oven en giet de citroenmassa over een lepel op de bodem. Door een lepel te gebruiken, wordt de citroenlaag egaal verdeeld. Serveer de taart met wat lobbig geslagen room.
Kom meer te weten






